Het Blauwe Boekje 2025-2026: De economie en overheidsfinanciën in grafieken en tabellen PDF Free Download

1 / 91
1 views91 pages

Het Blauwe Boekje 2025-2026: De economie en overheidsfinanciën in grafieken en tabellen PDF Free Download

Het Blauwe Boekje 2025-2026: De economie en overheidsfinanciën in grafieken en tabellen PDF free Download. Think more deeply and widely.

Het Blauwe Boekje 2025-2026
Het Blauwe Boekje
2025-2026
De economie en overheidsnanciën
in graeken en tabellen
Samen werken
aan een nancieel
gezond Nederland
Het blauwe boekje
2025-2026
De economie en overheidsfinanciën
in grafieken en tabellen
Datum
September 2025
2
Ministerie van Financiën
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek
September 2025
3
Inhoudsopgave
Economie en overheidsfinanciën 4
1. Macro-economie 5
2. Bedrijfsleven en financiële sector 12
3. Overheidsfinanciën 18
Arbeidsmarkt, inkomen en vermogen 30
4. Bevolking en migratie 31
5. Arbeidsmarkt en onderwijs 36
6. Inkomen en vermogen 46
Fysieke leefomgeving en klimaat 54
7. Klimaat en energie 55
8. Landbouw en natuur 64
9. Wonen 72
Sociaal domein 79
10. Brede welvaart 80
11. Zorg en welzijn 84
4
Economie en
overheidsfinanciën
1. Macro-economie
2. Bedrijfsleven en financiële sector
3. Overheidsfinanciën
5
1. Macro-economie
1.1 Kerncijfers Nederlandse economie
2023
2024
2025*
2026*
Volume bbp en bestedingen
Bbp (waarde in miljard euro)
1050,1
1122,5
1187,7
1234,4
Reële bbp-groei (in %)
-0,6
1,1
1,6
1,4
Consumptie huishoudens (% groei)
0,7
1,1
2,1
2,3
Consumptie overheid (% groei)
2,8
2,7
1,3
1,7
Investeringen, incl. voorraden (% groei)
-9,4
0,5
-0,7
3,2
Uitvoer goederen en diensten (% groei)
-3,0
-0,2
1,4
1,5
Invoer goederen en diensten (% groei)
-3,9
0,1
0,9
2,7
Koopkracht en armoede
Inflatie (CPI, %)
3,8
3,3
3,2
2,3
Koopkrachtontwikkeling, statisch, mediaan
alle huishoudens (%)
-0,7
2,8
0,7
1,3
Cao-loon bedrijven (% groei)
5,9
6,7
4,9
4,2
Bruto modaal inkomen (euro)
41.500
44.000
46.000
48.000
Personen in armoede (% bevolking)
3,1
3,2
3,0
2,6
Kinderen in armoede (%)
3,6
3,1
2,9
2,6
Arbeidsmarkt
Werkloosheid (% van beroepsbevolking)
3,6
3,7
3,8
4,0
Aantal werklozen (duizenden personen)
359
373
395
410
Groei arbeidsproductiviteit bedrijven (%)
-2,0
-0,2
1,6
0,8
Collectieve sector**
EMU-saldo (% bbp)
-0,4
-0,9
-2,1
-2,9
EMU-schuld (% bbp)
45,8
43,2
44,9
47,8
*voorlopige cijfers uit de macro-economische verkenning van het CPB
**Cijfers van het ministerie van financiën Bron: CPB en Ministerie van Financiën
6
1.2 Ontwikkeling bbp
De groei van de economie zet door, gedreven door particuliere
consumptie en bestedingen van de overheid.
*betreft voorlopige cijfers
Bron: CBS, CPB
0
20
40
60
80
100
120
1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025*
Indexcijfer bbp (2021=100)
Handelssaldo
Investeringen
Consumptieve bestedingen overheid
Consumptieve bestedingen huishoudens
Bruto binnenlands product
Raming bbp
7
1.3 Consumentenprijsindex (CPI), procentuele verandering
t.o.v. een jaar eerder
De inflatie neemt langzaam af, maar is nog boven de 2%-doelstelling.
Bron: CBS
1.4 Winstquote niet-financiële vennootschappen (winst in bbp)
en arbeidsinkomensquote (beloning voor arbeid in bbp)
De winstquote volgt over de lange termijn een stijgende trend,
de arbeidsinkomensquote een dalende trend.
Bron: CBS
-3.0
2.0
7.0
12.0
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Jaarlijkse verandering (%)
Inflatie
2%-doelstelling
30
50
70
90
1995 2002 2009 2016 2023
% van toegevoegde
waarde
Winstquote Trend winstquote
AIQ Marktsector Trend AIQ
8
1.5 Ontwikkeling arbeidsproductiviteit en gewerkte uren
De groei van het bbp werd in 2023 en 2024 gedragen door stijgingen
van het aantal gewerkte uren, niet door arbeidsproductiviteit.
Bron: CBS
1.6 Arbeidsproductiviteit per gewerkt uur in prijspeil 2020
Het productiviteitsniveau in Nederland ligt internationaal gezien hoog,
de VS hebben Nederland recentelijk ingehaald.
Bron: OECD
-6
-4
-2
0
2
4
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
groei (%)
Arbeidsproductiviteit bedrijven Gewerkte uren
30
40
50
60
70
80
90
1995 2000 2005 2010 2015 2020
Reëel bbp per gewerkt uur
Japan Nederland Verenigde Staten Eurozone
9
1.7 Renteontwikkeling staatsobligaties
Na een forse stijging in reactie op de energiecrisis van 2022
is de rente op staatsobligaties stabiel op een hoger niveau.
Bron: CBS
-1
0
1
2
3
4
5
6
7
8
2010 2013 2016 2019 2022 2025
Rente (%)
Frankrijk Duitsland
Italië Japan
Nederland Verenigd Koninkrijk
Verenigde Staten
10
1.8 Handelsstromen van goederen
In 2024 ging 56% van de goederenexport naar de vijf grootste
exportpartners: Duitsland, België, Frankrijk, het VK en de VS.
Bron: CBS
Totaal EUTotaal EU
VS
Duitsland
14%
Frankrijk
9%
België
8%
VK
4%
10%
Goederenhandel
Duitsland
24%
42% 69%
België
12%
China
13%
VK
6%
VS
5%
Belangrijkste herkomstpartners
Nederlandse import 2024 Belangrijkste bestemmingen
Nederlandse export 2024
11
1.9 Handelsstromen van diensten
In 2024ging 47% van de dienstenexport naar de vijf belangrijkste
exportpartners: Duitsland, de VS, het VK, Ierland en Frankrijk.
Bron: CBS
Duitsland
VS
VK
10%
Ierland
8%
België
6%
12%
Dienstenhandel
Duitsland
14%
VS
10%
VK
13%
Ierland
7%
Zwitserland
6%
18%
52% Totaal EU Totaal EU
51%
Belangrijkste herkomstpartners
Nederlandse import 2024 Belangrijkste bestemmingen
Nederlandse export 2024
12
2. Bedrijfsleven en financiële sector
2.1 Aandeel van sectoren in diverse onderdelen van de economie
Aantal bedrijven, werkgelegenheid en bbp zijn gelijkmatig verdeeld
over de sectoren, bij uitstoot en energieverbruik is het verschil groot.
Bron: CBS
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Aantal bedrijven
Werkgelegenheid
bbp
Uitstoot
Energieverbruik
Cultuur, recreatie en overige diensten (R-U)
Overheid en zorg (O-Q)
Zakelijke dienstverlening (M-N)
Informatie, financiële dienstverlening, en verhuur (J-K)
Handel, vervoer en horeca (G-I)
Bouwnijverheid (F)
Waterbedrijven en afvalbeheer (E)
Energievoorziening (D)
Industrie (C)
Delfstoffenwinning (B)
Landbouw, bosbouw en visserij (A)
13
2.2 Nederland op landenlijsten voor concurrentievermogen
en vestigingsklimaat
Nederland hoort bij de top 10 landen met het hoogste
concurrentievermogen maar verliest de laatste jaren wat terrein.
*geen jaarlijkse data, ontbrekende jaartallen gestippeld
Bron: WB, WEF, IMD, WIPO
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023
Rang op landenlijst
WEF Global competitiveness report
IMD World competitveness ranking*
WIPO Global innovation index
14
2.3 Ontwikkeling van onderzoek en ontwikkeling (O&O)
De Nederlandse uitgaven aan O&O lopen achter ten opzichte
van het OESO-gemiddelde.
Bron: OESO
1.5
1.7
1.9
2.1
2.3
2.5
2.7
2.9
3.1
3.3
3.5
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
% van het bbp
NLD EU-27 OESO VS China
15
2.4 Bedrijfsoprichtingen en faillissementen
Er worden meer bedrijven opgericht dan opgeheven.
De bedrijvendynamiek is vooral hoog in dienstverlenende sectoren.
Bron: CBS
0 3000 6000 9000
A Landbouw en visserij
B Delfstoffenwinning
C Industrie
D Energievoorziening
E Waterbedrijven en afval
F Bouwnijverheid
G Handel
H Vervoer en opslag
I Horeca
J Informatie en communicatie
K Financiële dienstverlening
L Onroerend goed
M Specialistische zakelijke diensten
N Zakelijke dienstverlening
O Openbaar bestuur en overheid
P Onderwijs
Q Gezondheids- en welzijnszorg
R Cultuur, sport en recreatie
S Overige dienstverlening
Aantal (gemiddelde 2020-2024)
Oprichtingen Opheffingen
16
2.5 Omvang Nederlandse banken
De Nederlandse bankensector is ondanks recente krimp relatief groot.
Dit is een kwetsbaarheid voor financiële schokken.
Bron: DNB
2.6 Herfindahl-index voor banken in verschillende EU-landen
(hoger bij hogere marktconcentratie)
Nederland kent een sterk geconcentreerde bankensector,
ook in internationaal perspectief.
Bron: ECB
0
100
200
300
400
500
600
2002 2004 2007 2009 2012 2014 2017 2019 2022 2024
% van het bbp
0
500
1000
1500
2000
2500
20242023202220212020
Herfindahl index
België Denemarken Frankrijk
Duitsland (laagste) Nederland Gemiddelde
17
2.7 Volatiliteit op financiële markten in Europa ten opzichte van de VS
Financiële markten in Europa en de VS reageren synchroon op
schokken, maar in Europa is de reactie vaak sterker.
Bron: St. Louis Fed
2.8 Aantal markten in de EU naar marktaandeel van de vier grootste
bedrijven (CR4-concentratie)
De EU kent een groot aantal zeer geconcentreerde markten.
Tussen 2012 en 2019 nam de marktconcentratie verder toe.
Bron: DG Comp, OECD
5
25
45
65
2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023 2025
VSTOXX EUROPE VIX US
0
100
200
300
400
500
0-10%
10-20%
20-30%
30-40%
40-50%
50-60%
60-70%
70-80%
80-90%
90-100%
Aantal markten
CR4-concentratie
2012 2019
18
3. Overheidsfinanciën
3.1 Budgettaire kerngegevens 2025 & 2026
in mld. euro tenzij anders aangegeven
2026
Inkomsten
451,4
Reguliere netto-uitgaven binnen het
uitgavenkader
449,0
Overige netto-uitgaven en correcties relevant voor
het EMU-saldo
37,3
Totale netto-uitgaven relevant voor het EMU-saldo
486,3
EMU-saldo centrale overheid
-34,9
EMU-saldo decentrale overheden
-0,7
EMU-saldo collectieve sector
-35,5
EMU-saldo collectieve sector (in% van bbp)
-2,9%
EMU-schuld collectieve sector
589,7
EMU-schuld collectieve sector (in% van bbp)
47,8%
Bruto binnenlands product
1.234
Bron: Ministerie van Financiën
19
3.2 Uitgaven- en lastenquote
In 2025 en 2026 geeft de overheid naar verwachting meer uit dan er
binnenkomt.
Bron: CPB
3.3 Ontwikkeling EMU-saldo
Het begrotingstekort blijft tot en met 2030 onder de in de EU
afgesproken grens van 3%.
Bron: Ministerie van Financiën en CBS
35
40
45
2000 2005 2010 2015 2020 2025
% van het bbp
Uitgavenquote Lastenquote
-10
-5
0
5
1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025 2030
% van het bbp
EMU-saldo Europese grenswaarde uit SGP
20
3.4 Ontwikkeling EMU-schuld
De overheidsschuld loopt licht op maar blijft tot en met 2030
de in de EU afgesproken grens van 60% bbp.
Bron: Ministerie van Financiën en CBS
0
10
20
30
40
50
60
70
80
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030
% bbp
mld euo
Schuld in miljarden euro (links)
Europese grenswaarde uit SGP
Schuld in % bbp (rechts)
21
3.5 Europese vergelijking van EMU-saldo’s in 2024
Het Nederlandse begrotingstekort is laag in vergelijking met andere
Europese landen.
Bron: Eurostat
-10 -5 0 5 10
Poland
Frankrijk
Oostenrijk
België
Finland
Italië
Spanje
Duitsland
Tsjechië
Letland
Zweden
Litouwen
Nederland
Portugal
Griekenland
Denemarken
EMU saldo in % bbp
Europese -3 % norm
Nederland
22
3.6 Europese vergelijking van EMU-schulden in 2024
Ook de Nederlandse EMU-schuld is laag in vergelijking met andere
Europese landen.
Bron: Eurostat
050 100 150 200
Griekenland
Italië
Frankrijk
België
Spanje
Portugal
Finland
Oostenrijk
Duitsland
Poland
Letland
Tsjechië
Nederland
Litouwen
Zweden
Denemarken
EMU-schuld in % van het bbp
Europese 60 % norm
Nederland
23
3.7 Rentelasten Staatsschuld
De (geraamde) rentelasten van de Rijksoverheid als percentage van
het bbp zitten voor het eerst in lange tijd in een stijgende trend.
Bron: Ministerie van Financiën
0
1
2
3
4
5
6
7
0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030
% van het bbp
mld. euro
Rente-uitgaven in miljarden euro (links)
Rente-uitgaven in procenten bbp (rechts)
24
3.8 Uitgaven in 2026
Sociale zekerheid en zorg zijn ieder goed voor ongeveer een kwart van
de totale uitgaven van de Rijksoverheid.
Bron: Ministerie van Financiën
020 40 60 80 100 120 140
Economische Zaken
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Financiën
Klimaat en Groene Groei
Landbouw, Visserij, Voedselzh. en Natuur
Overig
Asiel en Migratie
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Rentelasten
Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingshulp
Infrastructuur en Waterstaat
Justitie en Veiligheid
Defensie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gem. fonds, Prov. fonds en BCF
Zorg
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt
mld. euro
25
3.9 Defensie-uitgaven
Sinds 2024 voldoen de Nederlandse defensie-uitgaven aan de NAVO-
norm. In 2035 wil Nederland voldoen aan de nieuwe NAVO-norm.
Bron: Ministerie van Financiën
1.0%
1.2%
1.4%
1.6%
1.8%
2.0%
2.2%
2.4%
2018 2020 2022 2024 2026
% van het bbp
Oude NAVO-norm
Excl. militaire Oekraïnesteun
Incl. militaire Oekraïnesteun
26
3.10 Inkomsten in 2026
De loon- en inkomstenbelasting, de btw en de zorgpremies zijn samen
goed voor ruim de helft van de inkomsten van de Rijksoverheid.
Bron: Ministerie van Financiën
020 40 60 80 100
Overig
Bankbelasting
Verbruiksbelasting
Kansspelbelasting
Belasting op personenauto's en…
Schenk- en erfbelasting
Invoerrechten
Motorrijtuigenbelasting
Belastingen op een milieugrondslag
Dividendbelasting
Overdrachts- en assurantiebelasting
Accijnzen
Premies werknemersverzekeringen
Premies volksverzekeringen
Vennootschapsbelasting
Zorgpremies
Omzetbelasting (btw)
Loon- en inkomensbelasting
mld. euro
27
3.11 Uitsplitsing van belastingen naar bron in 2023
Bijna de helft van de belastingopbrengst is afkomstig van belasting op
arbeid. Kapitaal en consumptie zijn beide goed voor circa een kwart.
Bron: Europese Commissie
3.12 Marginale belastingdruk en verandering netto-inkomen bij
werkende alleenstaanden zonder kinderen, exclusief toeslagen
Het Belastingplan is licht lastenverzwarend. In het staande beleid zit
wel lastenverlichting waardoor lasten per saldo dalen in 2026.
Bron: Ministerie van Financiën
46.5
24.8
28.8 Arbeid
Kapitaal
Consumptie
-1.0%
-0.5%
0.0%
0.5%
1.0%
1.5%
2.0%
-50%
0%
50%
100%
020 40 60 80 100 120 140
Verandering netto-inkomen (%)
Marginale belastingdruk (%)
inkomen in euro x1000
Verandering netto-inkomen door Belastingplan 2025 (%)
Marginale belastingdruk - na besluitvorming 2025
Marginale druk - staand beleid
28
3.13 Budgettaire omvang (in mld. euro) fiscale regelingen in 2025
Fiscale regelingen, met name de arbeidskorting, algemene
heffingskorting en pensioenregeling, verlagen belastingontvangsten.
Bron: CBS
3.14 Budgettaire ontwikkeling van fiscale regelingen
voor de grootste domeinen
Van de ‘overige’ fiscale regelingen, vallen de meeste binnen de
omzetbelasting, milieubelasting, het winstdomein en de eigen woning.
Bron: Ministerie van Financiën
77.7
35.3
25.6
28.7
Overig
Arbeidskorting
Algemene heffingskorting
Pensioen niet-belaste
premie
10
12
14
16
18
20
2020 2021 2022 2023 2024 2025
mld. euro
Omzetbelasting Milieubelastingen
Winstdomein Eigen woning
29
3.15 Niet doeltreffend of doelmatig top 10 fiscale regelingen
Veel fiscale regelingen slagen er niet in om hun doel te behalen
(niet doeltreffend) of doen dat tegen te hoge kosten (niet doelmatig).
Bron: Ministerie van Financiën
3.16 Zeer complex in de uitvoering top 10 fiscale regelingen
Ook is een groot aantal fiscale regelingen moeilijk om uit te voeren.
Bron: Ministerie van Financiën
0 5 10 15 20 25 30 35 40
Verlaagd btw tarief Logies
Verlaagd btw tarief geneesmiddelen
Landbouwvrijstelling
IACK
Mkb-winstvrijstelling
Verlaagd Vpb-tarief
Belastingvermindering EB
Hypotheekrenteaftrek minus ewf
Verlaagd btw tarief voeding
Arbeidskorting
mld. euro
0 5 10
Liquidatie- en stakingsverliesregeling
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit
MRB Verlaagd tarief bestelauto
Verlaagd btw tarief logies
EB tariefstructuur gas
Verlaagd btw tarief geneesmiddelen
Landbouwvrijstelling
IACK
EB tariefstructuur elektriciteit
Hypotheekrenteaftrek minus ewf
mld. euro
30
Arbeidsmarkt, inkomen
en vermogen
4. Bevolking en migratie
5. Arbeidsmarkt en onderwijs
6. Inkomen en vermogen
31
4. Bevolking en migratie
4.1 Bevolkingsgroei in Nederland - migratie en natuurlijke aanwas
De Nederlandse bevolkingsgroei wordt gedreven door een positief
migratiesaldo; zonder migratie zou de Nederlandse bevolking krimpen.
Bron: CBS
-6000
-4000
-2000
0
2000
4000
6000
1996 2000 2004 2008 2012 2016 2020 2024
x 1000 inwoners
Geboorte Sterfte
Immigratie (aantal) Emigratie
Overige correcties Totale bevolkingsgroei
32
4.2 Prognoses en realisatie van het jaarlijkse migratiesaldo
Het migratiesaldo wordt vaak onderschat. Dat compliceert
het sturen op de omvang van migratie.
Bron: IBO arbeidsmigratie
-
50
100
150
200
250
2010 2014 2018 2022 2026 2030 2034 2038
x1000 personen
Realisatie Prognose 2012
Prognose 2014 Prognose 2016
Prognose 2018 Prognose 2020
Prognose 2022 Prognose 2024
33
4.3 Reden van migratie als aandeel van de totale instroom
De reden voor migratie is divers. Arbeidsmigratie vormt een
toenemend deel van de totale immigratie.
Bron: CBS
0
50
100
150
200
250
300
350
400
450
1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
x 1000 personen
Tijdelijke bescherming (m.n. Oekraïne)
Overig
Nederlandse nationaliteit
Asiel
Studie
34
4.4 Reden voor migratie en bijbehorende verblijfsduur
60% van de migranten is binnen 10 jaar na aankomst
weer vertrokken. Arbeidsmigranten verblijven relatief kort.
Bron: CPB
4.5 Type contract van EU- en niet-EU-arbeidsmigranten
Bijna de helft van de EU-arbeidsmigranten heeft een uitzendcontract.
Arbeidsmigranten van buiten de EU hebben vaak een vast contract.
Bron: CBS
0
20
40
60
80
100
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
%
aantal jaar na aankomst
Arbeid Gezin Asiel Studie Overig
0%
20%
40%
60%
80%
100%
EU/EFTA Buiten de EU/EFTA
Uitzend Vast Overig
35
4.6 Sectoren waarin uitgezonden arbeidsmigranten werkzaam zijn
Arbeidsmigranten met een uitzendcontract werken voornamelijk in de
logistiek, tuinbouw en voedingsindustrie (inclusief de vleessector).
Bron: KBA Nijmegen
4.7 Grijze en groene druk over tijd
Vanaf 2025 is de grijze druk voor het eerst groter dan de groene druk.
Door de vergrijzing zijn er relatief steeds meer 65-plussers.
Bron: CBS
37%
21%
18%
8%
7%
3%
3% 2% 1% Logistiek
Tuinbouw
Voedingsindusrie
Metaalindustrie
Overig/onbekend
Landbouw
Bouwbedrijf
Transport
Horeca
0
20
40
60
80
1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050 2060 2070
%
Groene druk (20-minners als percentage van het aantal 20- tot 65-jarigen)
Grijze druk (65-plussers als percentage van het aantal 20- tot 65-jarigen)
36
5. Arbeidsmarkt en onderwijs
5.1 Vacatures en werkloosheid tussen
Sinds 2021 is er grote krapte op de arbeidsmarkt,
deze neemt langzaam af.
Bron: CBS
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
20132014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Aantal (x1000)
Werklozen Vacatures
37
5.2 Cao-loonontwikkeling
Tijdens de energiecrisis van 2022-2023 liep de cao-loonontwikkeling
achter op inflatie; vanaf eind 2023 maken de cao-lonen een inhaalslag.
Bron: CBS
-10
-8
-6
-4
-2
0
2
4
6
8
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
% jaar-op-jaar per kwartaal
CAO-lonen Reële Cao-lonen
38
5.3 Verschil tussen het aantal werkuren van mannen en vrouwen
Van alle werkenden heeft Nederland percentueel het grootste verschil
tussen het aantal uren dat mannen en vrouwen werken.
Bron: CBS
0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
Nederland
Zwitserland
Duitsland
Ierland
Italië
België
Norwegen
Denemarken
Spanje
Frankrijk
Zweden
Polen
39
5.4 Verdeling betaald werk en zorg voor kinderen in 2024
Er bestaat een groot verschil tussen de gewenste en feitelijke
man/vrouw verdeling van betaald werk en zorg voor kinderen.
Bron: CBS
0% 20% 40% 60% 80% 100%
Gewenst
Feitelijk
% van 16-plussers met partner en kinderen
Werk gelijk / zorg gelijk
Man meer werk / zorg gelijk
Man meer werk / vrouw meer zorg
Werk gelijk / vrouw meer zorg
Anders
Weet ik niet
40
5.5 Aantal openstaande vacatures
Het aantal openstaande vacatures daalde. In de sectoren handel, zorg
en zakelijke dienstverlening zijn de meeste openstaande vacatures.
Bron: CBS
020 40 60 80
Handel
Zorg
Zakelijke dienstverlening
Industrie
Bouwnijverheid
Horeca
Openbaar bestuur
Informatie en communicatie
Vervoer en opslag
Cultuur, recreatie en overige diensten
Onderwijs
Financiële dienstverlening
Landbouw en visserij
Verhuur en handel onroerend goed
2024, 1e kwartaal 2025, 1e kwartaal
41
5.6 Groei aantal werkenden per type contract
Het aantal Nederlanders met een tijdelijk contract neemt af.
Bron: CBS
-10% -5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30%
Werknemer met een vast contract
Werknemer met tijdelijk contract
Zelfstandige met personeel
Zelfstandige zonder personeel
% verandering tussen 2019 en 2024
42
5.7 ZZP'ers (15 tot 75 jaar) naar bedrijfstak in 2024
Zzp'ers zijn in veel verschillende sectoren werkzaam. In de top 4
sectoren met de meeste zzp'ers is een derde van werkenden zzp’er.
Bron: CBS
0% 10% 20% 30% 40%
Alle economische activiteiten A-U
Landbouw, bosbouw en visserij A
Delfstoffenwinning B
Industrie C
Energievoorziening D
Waterbedrijven en afvalbeheer E
Bouwnijverheid F
Handel G
Vervoer en opslag H
Horeca I
Informatie en communicatie J
Financiële dienstverlening K
Verhuur en handel van vastgoed L
Specialistische zakelijke diensten M
Verhuur e.o. zakelijke diensten N
Openb. bestuur en overheid O
Onderwijs P
Gezondheids- en welzijnszorg Q
Cultuur, sport en recreatie R
Overige dienstverlening S
Zzp'ers naar bedrijfstak (%)
43
5.8 PISA lees- en wiskunde scores
De gemiddelde Nederlandse score voor lezen van 15-jarigen daalt flink
harder dan de gemiddelde EU-score.
Bron: PISA
455
465
475
485
495
505
515
525
535
545
2003 2006 2009 2012 2015 2018 2021
Nederland - lezen EU - lezen
Nederland - wiskunde EU - Wiskunde
44
5.9 Verschil in gemiddelde wiskunde PISA-score naar tijd besteed
op digitale apparaten op schooldagen
Leerlingen van 15 jaar die tijdens schooldagen langer op sociale media
zitten hebben lagere wiskunde PISA-scores.
Bron: OECD
-25
-20
-15
-10
-5
0
5
10
15
Max 1 uur Max 3 uur Max 5 uur Max 7 uur > 7 uur
Verschil in PISA-score
Aantal uur per dag
Communiceren en delen content op sociale media
Bekijken sociale media
45
5.10 Baankansen mbo-studenten één jaar na diploma
De baankansen van mboers zijn redelijk gelijk gebleven de afgelopen
vijf jaar. Wel bestaan er grote verschillen per sector.
Bron: OCW in cijfers
75%
80%
85%
90%
95%
100%
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 2020-2021
Baankansen 1 jaar na diploma
ambacht laboratorium en gezondheidstechniek
bouw en infra
economie en administratie
entree
handel en ondernemerschap
horeca en bakkerij
informatie en communicatietechnologie
media en vormgeving
mobiliteit en voertuigen
techniek en procesindustrie
toerisme en recreatie
transport scheepvaart en logistiek
veiligheid en sport
voedsel natuur en leefomgeving
zorg en welzijn
46
6. Inkomen en vermogen
6.1 Koopkrachtontwikkeling huishoudens
De jaarlijkse koopkrachtontwikkeling laat verschillen zien tussen
werkenden en uitkeringsgerechtigden.
Bron: CPB
6.2 Inkomensverdeling in 2022
70 procent van de huishoudens heeft een besteedbaar inkomen
tussen de 20 en 50 duizend euro.
Bron: CBS
-4.0
-2.0
0.0
2.0
4.0
6.0
2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026
Mediane
koopkrachtontwikkeling
(%)
Alle huishoudens Werkenden Uitkeringsgerechtigden
0
Mediaan
inkomen
0
100
200
300
400
500
600
-6 414 24 32 42 52 62 72 82 92 >100
Aantal huishoudens (x1000)
Gestandardiseerd inkomen, EUR (x 1000)
47
6.3 Persoonlijk inkomen na belastingen en overdrachten in 2022
Mannen zijn oververtegenwoordigd in de hogere inkomensdecielen.
Bron: CBS
6.4 Mutatie van primair inkomen (1981 2021) in reële termen
Vrouwen met lage inkomens zijn meer gaan werken en dus verdienen,
mannen met lage inkomens zijn juist minder gaan verdienen.
Bron: Universiteit Leiden
0
20
40
60
80
100
Totaal 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Inkomensdeciel
Mannen Vrouwen
-3%
-2%
-1%
0%
1%
2%
3%
4%
5%
6%
7%
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 totaal
Jaarlijke percentuele mutatie
primair inkomen 1981-2021
Inkomensdeciel
Mannen Vrouwen Totaal
48
6.5 Inkomen twee jaar voor en vijf jaar na geboorte eerste kind,
cohort 2012 2014
Het inkomen van vrouwen daalt gemiddeld ongeveer 30% na de
geboorte van het eerste kind. De daling bij mannen is beperkt.
Bron: CBS
6.6 Voornaamste inkomensbron per inkomensdeciel in 2022
De voornaamste inkomensbron is homogener bij de hogere
inkomensdecielen, daarbij neemt ook het aandeel zelfstandigen toe.
Bron: CBS
-40%
-30%
-20%
-10%
0%
10%
-2 -1 0 1 2 3 4 5
%-verandering t.o.v. jaar van
geborote
jaar t.o.v. geboorte eerste kind
Mannen Vrouwen
0
20
40
60
80
100
1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e
% van inkomensdeciel
Inkomen als werknemer Inkomen als zelfstandige
Uitkering arbeidsongeschiktheid Uitkering pensioen
Uitkering bijstand Overig
49
6.7 Reductie ongelijkheid primair inkomen door herverdeling
Bijna 50% van de inkomensongelijkheid wordt weggenomen door
herverdeling.
Bron: CBS
6.8 Het gemiddelde vermogen van huishoudens
Sinds 2013 bestaat groei in het gemiddelde vermogen vooral uit
waardestijgingen van de eigen woning.
Bron: CBS
0
10
20
30
40
50
60
1977
1979
1981
1983
1985
1987
1989
1991
1993
1995
1997
1999
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2021
% gereduceerde ongelijkheid
door herverdeling
Premie- en belastingheffing Overige sociale uitkeringen
Aanvullend pensioen AOW-uitkering
Totale reductie ongelijkheid (%)
0
50
100
150
1994 1998 2002 2006 2010 2014 2018 2022
x1000 euro
Vermogen Vermogen exclusief eigen woning
50
6.9 Schulden en bezittingen van de 10%-vermogensgroepen in 2022
De eigen woning vormt voor de meeste Nederlanders de belangrijkste
bron van bezit.
Bron: CBS
6.10 Personen onder de armoedegrens, % onder criterium niet-veel-
maar-toereikend van SCP
Het percentage personen en kinderen in armoede is afgenomen en zal
naar verwachting verder afnemen.
Bron: CPB
-500 0 500 1000 1500 2000
1e
2e
3e
4e
5e
6e
7e
8e
9e
10e
x1.000 euro
vermogensdecielen
Eigen woning Aanmerkelijk belang Overig bezittingen
Hypotheekschuld Overige schuld
0%
2%
4%
6%
8%
10%
2018 2020 2022 2024 2026 2028
Personen Kinderen
51
6.11 Spreiding rond de armoedegrens
Het aantal mensen net onder de armoedegrens is in de afgelopen jaren
afgenomen.
Bron: CBS
-1500 -1000 -500 0 500 1000 1500 2000
2018
2019
2020
2021
2022
2023
x 1.000 mensen
tot 15% inkomenstekort 15% inkomenstekort en meer
tot 6% boven armoedegrens 6 tot 12% boven armoedegrens
12 tot 15% boven armoedegrens 15 tot 25% boven armoedegrens
52
6.12 Inkomensmobiliteit tussen familiegeneraties uitgedrukt in
inkomenskwintielen van ouders en kinderen
De plek op de inkomensverdeling wordt in Nederland gedeeltelijk
bepaald door de plek op de inkomensverdeling van de ouders.
Bron: CPB
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Eerste kwintielgroep
Tweede kwintielgroep
Derde kwintielgroep
Vierde kwintielgroep
Vijfde kwintielgroep
Kwintielgroep kind
Kwintielgroep ouders
Eerste kwintielgroep Tweede kwintielgroep
Derde kwintielgroep Vierde kwintielgroep
Vijfde kwintielgroep
53
6.13 Aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden
in Nederland
Het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden
in Nederland is niet significant afgenomen.
Bron: CBS
6%
7%
8%
9%
10%
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Aandeel huishoudens problematische schulden (oude definitie)
Aandeel huishoudens problematische schulden
54
Fysieke leefomgeving
en klimaat
7. Klimaat en energie
8. Landbouw en natuur
9. Wonen
55
7. Klimaat en energie
7.1 IPCC-rapport - vijf scenario's voor de verandering in
de mondiale oppervlaktetemperatuur
De scenario's van het IPCC laten zien dat extra klimaatbeleid nodig is
om de doelstellingen van het Parijs akkoord te halen.
Bron: Intergovernment Panel on Climate Change (IPCC)
0
0.5
1
1.5
2
2.5
3
3.5
4
4.5
5
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030
2040
2050
2060
2070
2080
2090
°C
SSP5-8.5 SSP4-7.0
SSP3-4.5 SSP2-2.6
SSP1-1.9 Historische uitstoot
Klimaatdoelstelling
56
7.2 Nationale broeikasgasemissies en doelen
Met vastgesteld, voorgenomen en geagendeerd beleid is het onzeker
of de doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 gehaald wordt.
Bron: PBL
0.0
50.0
100.0
150.0
200.0
250.0
300.0
1990
1992
1994
1996
1998
2000
2002
2004
2006
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022
2024
2026
2028
2030
Mt CO2-equivalenten Streefdoel 55% reductie
57
7.3 Broeikasgasemissie en restemissie per sector in 2030
De effecten van het huidige klimaatbeleid zijn qua potentiële
emissiereductie het grootst voor de mobiliteit en gebouwde omgeving.
Bron: KEV
0
10
20
30
40
50
60
70
Elektriciteit
Industrie
Gebouwde omgeving
Mobiliteit
Landbouw
Landgebruik
Megaton CO2
Bandbreedte
KEV 2023 Vastgesteld, voorgenomen en deel geagendeerd beleid met
inschatting
Indicatieve sectorale restemissies uit Voorjaarnota 2023
58
7.4 CO2-beprijzing van broeikasgasemissie in 2023
In veel sectoren betaaltde vervuiler nog niet voor de schade
die broeikasgassen veroorzaken.
Bron: PBL
Cumulatieve broeikasgasemissie (Mton CO2-eq.)
Eff ectieve CO2-prijs (euro per ton CO2-eq.)
Nationaal emissietotaal volgens Klimaatakkoord
Elektriciteit Industrie Mobiliteit Gebouwde
omgeving
Landbouw Bunkers
scheepvaart
Bunkers
luchtvaart
Niet energetisch
Energiebelasting
Accijns op minerale oliën
Overige belastingen op energie
ETS1 geveild
ETS1 gratis
Externe kosten klimaat
Vliegbelasting
Belasting op biomassa.
Bioenergie
A
B
C
D
E
Energiebelasting op electriciteit
Energiebelasting op aardgas
Accijns op benzine
Accijns op diezel
Afvalstoff enbelasting
800
600
400
200
AA
A
A
A
B
B
E
B B
D
D
E
E
C
C
59
7.5 Hernieuwbare energie in Europa, als aandeel van het bruto
energetisch eindverbruik, 2023
Nederland en de EU als geheel lopen achter op de doelstelling
voor hernieuwbare energie (RED-III).
Bron: Eurostat
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%
Zweden
Finland
Denemarken
Letland
RED-III doel voor 2030
Estland
Oostenrijk
Portugal
Litouwen
Kroatië
Roemenië
Griekenland
Slovenië
Spanje
EU27
Bulgarije
Frankrijk
Duitsland
Cyprus
Italië
Tsjechië
Nederland
Hongarije
Slowakije
Polen
Ierland
Malta
België
Luxemburg
2023 2017
60
7.6 Gemiddelde opwekkosten gedurende de levensduur
De gemiddelde opwekkosten van vooral zonnepanelen en wind
op zee zijn sterk gedaald.
Bron: CBS
0
0.05
0.1
0.15
0.2
0.25
0.3
0.35
0.4
0.45
0.5
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
USD/kWh
Zonnepanelen Wind op land Wind op zee
61
7.7 Ontwikkeling van de elektriciteitsrekening tussen 2024-2040 voor
verschillende eindgebruikers
Door stijging van de nettarieven gaan met name huishoudens tussen
2024 en 2040 fors meer betalen voor hun elektriciteitsrekening.
Bron: IBO bekostiging infrastructuur
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Netbeheer
Levering
Groot industrieel
bedrijf (EHS)
kW + kWmax
Groot industrieel
bedrijf (HS)
kW + kWmax
Klein industrieel
bedrijf (TS)
kW + kWmax
Groot MKB (MS)
kW, kWmax + kWh
Klein MKB (LS)
kW + kWh
Klein zakelijk (LS)
Aansluitcapaciteit
Huishoudens (LS)
Aansluitcapaciteit
’24
’30
’40
’24
’30
’40
’24
’30
’40
’24
’30
’40
’24
’30
’40
’24
’30
’40
€ 170,6 mln
€ 12,4 mln
€ 2.049,9 k
€ 190,0 k
€ 37,0 k
€ 12,2 k
€ 194,2 mln
€ 14,1 mln
€ 2.419,7 k
€ 220,2 k
€ 41,4 k
€ 12,8 k
€ 224,2 mln
€ 16,6 mln
€ 2.894,7 k
€ 260,0
€ 49,0 k
€ 16,0 k
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Belasting
Netbeheer
Levering
Netbeheer
Levering
’24
’30
’40
€ 640,7
€ 773,9
€ 1.257,2
Netbeheer Levering Belasting
62
7.8 Gemiddelde tarieven energie en brandstof voor consumenten
Na de energiecrisis in 2023 zijn tarieven voor gas en elektriciteit weer
gestabiliseerd; de prijzen voor benzine en diesel zijn stabiel gebleven.
Bron: CBS
0
0.5
1
1.5
2
2.5
3
3.5
2021 2022 2023 2024 2025
euro per m3/kWh/liter
Aardgas (totale variable kosten, in euro/m3)
Elektriciteit (totale variabele kosten, excl. heffingskorting, in euro/KWh)
Gemiddelde pompprijs benzine (in euro/liter)
Gemiddelde pompprijs diesel (in euro/liter)
63
7.9 Percentage huishoudens met een positief inkomenseffect bij
verduurzamingsopties in 2024
Voor meer dan 70% van de huishoudens is een hybride warmtepomp
financieel aantrekkelijk.
Bron: CPB/TNO
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
Verduuurzaming
naar
isolatiestandaard
Hybride
warmtepomp
Isolatiestandaard
en hybride
warmtepomp
Isolatiestandaard
en elektrische
warmtepomp
Eigenaar-bewoners Particuliere huur Corporatie huur Totaal
64
8. Landbouw en natuur
8.1 Ontwikkeling landbouwaandeel in totale economie,
werkgelegenheid, grondgebruik en milieudruk en handel
De landbouwsector draagt 1,1% bij aan het bbp en omvat 2,2% van
de werkgelegenheid, het beslag op natuurlijk kapitaal is fors groter.
Bron: Agrimatie
Kerncijfers landbouwsector
Aantal
landbouw-
bedrijven
49.900
Aantal personen
184,650
wv. graasdierbedrijven
Werkgelegenheid
(% van totaal)
24.200
wv. akkerbouw en tuinbouw
Aandeel
landbouwsector
in bbp
17.900
€126,9 €86,1
Grondgebruik en milieudruk
Aandeel sector in handel
Aandeel
arbeidsmigranten
van werkenden in
de tuinbouwsector
Totaal beslag agrarisch grondgerbuik 54,4%
Totaal aantal hectare 1.798.500
wv. grasland en groenvoedergewassen 64,8%
wv. akkerbouwgewassen 29,5%
wv. tuinbouw 5,7%
Aandeel uitstoot broeikasgassen (CO2) 2023 6%
Aandeel uitstoot ammoniak (NH3) 2023 88%
Aandeel uitstoot stikstofoxiden (NOx) 2023 15%
1,1%
goederenimport 14,8%
goederenexport 19,3%
goederenhandelsoverschot 51.6%
Totale
waarde
export
(in mld. €)
Totale
waarde
import
(in mld. €)
42%
2,2%
65
8.2 Ontwikkeling van inkomsten in de landbouwsector
Inkomsten van de landbouwsector stegen met 57% sinds 2015; vooral
door stijgende productiekosten en daardoor hogere verbruiksprijzen.
Bron: CBS
80
90
100
110
120
130
140
150
160
2015 2017 2019 2021 2023
Indexcijfers (2015 = 100)
Landbouwinkomsten Productieprijs
Verbruikprijs Arbeidsvolume
Productievolume
66
8.3 Grondgebruik in duizend hectare, 2024
54% van ons landoppervlakte wordt gebruikt voor de landbouw,
dat is 1,8 miljoen hectare grond. De helft hiervan is grasland.
Bron: CBS
Grasland
962.000
Akkerbouwgewassen
531.000
Snijmaïs
190.000
Tuinbouw
open grond
92.000
Overige
groenvoeder-
gewassen
14.000
Tuinbouw
onder
glas
10.000
67
8.4 Veedichtheid en percentage landbouwgrond in de EU in 2023
De veedichtheid in Nederland is het hoogst van Europa. Het
percentage landbouwgrond ligt hoger dan het EU-gemiddelde.
Bron: Eurostat
EU
- gemiddelde
Nederland
Malta
België
Cyprus
Denemarken
Ierland
Luxemburg
Duitsland
Sloven
Oostenrijk
Italië
Frankrijk
Zweden
Kroatië
Finland
Hongarije
Roemenië
Estland
Litouwen
Letland
Bulgarije
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
0.00 1.00 2.00 3.00 4.00
Percentage landbouwgrond/totale grondoppervlakte (%)
Veedichtheid (vee/hectare)
68
8.5 Stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de
kritische depositiewaarde
Op dit moment zijn de doelen om natuur in Natura 2000-gebieden
onder de kritische depositiewaarde te krijgen nog niet haalbaar.
Bron: RIVM
0
10
20
30
40
50
60
70
80
2005 2015 2025 2035
% onder Kritische Depositie Waarde
95% bandbreedte onderkant
95% bandbreedte bovenkant
68% bandbreedte onderkant
68% bandbreedte bovenkant
Doelen Wet stikstofreductie en natuurverbetering
69
8.6 Stikstofdepositie per hectare
De stikstofdepositie daalde tot 2010, sindsdien is met name
de daling van de ammoniakdepositie gestagneerd.
Bron: CLO
70
8.7 Belangrijkste drukfactoren op de natuur
Stikstofoverschot en verminderde waterbeschikbaarheid hebben in
bijna alle onderzochte gebieden een effect op de staat van natuur.
Bron: Ecologische Autoriteit
13%
16%
30%
36%
40%
41%
46%
59%
71%
94%
96%
0% 50% 100%
Verstoring
Agrarisch gebruik binnen begrenzing van
gebied
Pesticiden/vervuiling
Recreatiedruk
De kleine omvang/minimale grootte gebied
Niet optimaal beheer
Exoten
Versnippering
Waterkwaliteit
Waterbeschikbaarheid/watersysteem
Stikstofdepositie
71
8.8 Beoordeling kwaliteit oppervlaktewater volgens de Kaderrichtlijn
Water, 2015 - 2021
Kwaliteit van oppervlaktewater voldoet niet en verslechtert qua
chemie en overige stoffen, overige indicatoren zijn wel verbeterd.
Bron: CBS
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
2015 2021 2015 2021 2015 2021 2015 2021 2015 2021
Overige
stoffen
Chemie Ecologie Fysisch-
chemisch
Biologie
Niet bekend Slecht Ontoereikend Matig
(Zeer) goed Voldoet niet Voldoet
72
9. Wonen
9.1 Aantal woningen naar eigendom
Het aantal corporatiewoningen is stabiel gebleven, het aantal overige
huurwoningen en koopwoningen groeide wel.
Bron: CBS
9.2 Gemiddelde hypotheekrente en prijzen koopwoningen
De sterk gestegen rente heeft geleid tot een kortstondige
dip in de woningprijzen.
Bron: CBS
0
1
2
3
4
5
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
x miljoen Woningen
Koopwoningen
Huurwoningen|Eigendom woningcorporatie
Huurwoningen|Eigendom overige verhuurders
0
1
2
3
4
5
200,000
250,000
300,000
350,000
400,000
450,000
500,000
2015 2017 2019 2021 2023 2025
%
Euro
Gemiddelde prijs koopwoning (linker as)
Rente nieuw afgesloten woninghypotheken (rechter as)
73
9.3 Huurverhogingen in verschillende huursegmenten
Huurverhogingen bij woningcorporaties zijn lager dan bij
andere verhuurders en ook lager dan inflatie.
Bron: CBS
90
95
100
105
110
115
120
125
130
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Index 2015 = 100
Geliberaliseerd verhuur
Woningcorporaties
Overige gereguleerde verhuurders
Inflatie (CPI)
74
9.4 Indexatie van aftoppingsgrenzen in relatie tot liberalisatiegrens,
CPI en bouwkosten
De aftoppingsgrens wordt gebruikt voor passend toewijzen en is
minder geïndexeerd dan de liberalisatiegrens of de inflatie.
Bron: Ministerie van VRO
80
90
100
110
120
130
140
150
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Index 2015 = 100
Aftoppingsgrenzen (hoog en laag) Liberaliseringsgrens
Inflatie (CPI) Bouwkosten
75
9.5 Huur- en koopquotes, uitgesplitst naar segment en leeftijd
Private huurders (vooral jongeren) geven een steeds groter deel van
hun inkomen uit aan huur, corporatiehuurders en kopers juist minder.
Bron: CBS
10
15
20
25
30
35
40
2015 2018 2021 2024
Huur en koopquote (%)
Onder 35 jaar (Private huur) 35-64 jaar (Private huur)
Onder 35 jaar (Corporatiehuur) 35-64 jaar (Corporatiehuur)
Onder 35 jaar (Koop) 35-64 jaar (Koop)
76
9.6 Statistisch woningtekort prognose tot 2035
Het woningtekort is de afgelopen jaren opgelopen en daalt pas
substantieel na 2030.
Bron: ABF
9.7 Verwachte toevoegingen aan de woningvoorraad naar type
opgave, 2024 t/m 2038
De woningbouwopgave komt vooral voort uit een positief
migratiesaldo en meer kleinere huishoudens.
Bron: ABF
-
50
100
150
200
250
300
350
400
450
2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2030 2035
Woningtekort x 1.000
woningen
45
25
16
14
Accomoderen bevolkingsgroei
(positief migratiesaldo)
Kleinere huishoudens
Inlopen woningtekort (van 4,8%
naar 2,2%)
Vervangende nieuwbouw i.v.m.
geraamde sloop
77
9.8 Woningvoorraad, nieuwbouw, sloop en overige toevoegingen
en onttrekkingen
Nieuwbouw en overige toevoegingen zijn tussen 2015 en 2019
gestegen en daarna afgevlakt.
Bron: CBS
9.9 Aantal afgegeven bouwvergunningen per jaar
Het afgegeven aantal bouwvergunningen fluctueert sinds 2017 tussen
de 55.000 en 75.000 per jaar.
Bron: CBS
-40,000
-20,000
0
20,000
40,000
60,000
80,000
100,000
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Toename woningvoorraad
Overige onttrekking Sloop Overige toevoeging (splitsen/transformeren) Nieuwbouw
-
10,000
20,000
30,000
40,000
50,000
60,000
70,000
80,000
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Bouwvergunningen
78
9.10 Gemiddelde prijs bouwkavels
Het aanhoudende woningtekort drijft grondprijzen op, met een
stijging van kavelprijzen van ruim 50% sinds 2021.
Bron: Kadaster
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024
Prijs per m2
79
Sociaal domein
10. Brede welvaart
11. Zorg en welzijn
80
10. Brede welvaart
10.1 Percentage mensen dat vertrouwen heeft in instituties
Voor de meeste instituties is het vertrouwen stabiel over de tijd.
Het vertrouwen in de Tweede Kamer is gedaald.
Bron: CBS
20
30
40
50
60
70
80
90
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Vertrouwen in andere mensen Rechters
Politie Tweede Kamer
Banken Grote bedrijven
81
10.2 Positie van Nederland in de EU voor verschillende brede
welvaartsindicatoren voor het hier en nu
De brede welvaart in Nederland is over het algemeen hoog vergeleken
met andere Europese landen.
Bron: CBS
050 100
Tevredenheid met het leven
Gezonde levensverwachting mannen
Gezonde levensverwachting vrouwen
Overgewicht bij volwassenen
Behaald onderwijsniveau: hbo, wo
Tevredenheid met vrije tijd
Tevredenheid met werk (werknemers)
Totale woonquote (huur en koop)
Thuiswonende jongvolwassenen (25-29 jaar)
Contact met familie, vrienden of buren
Slachtofferschap van traditionele
criminaliteit
Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)
Milieuproblemen
NL doet het beter dan ...% van de EU-landen
82
10.3 Positie van Nederland in EU voor verschillende brede
welvaartsindicatoren voor volgende generaties
Nederland scoort minder goed op het gebied van
schulden, stikstof en discriminatiegevoelens.
Bron: CBS
020 40 60 80
Fysieke kapitaalgoederenvoorraad
Kenniskapitaalgoederenvoorraad
Gemiddelde schuld per huishouden
Vermogen hern. elektriciteit
Fosforoverschot
Stikstofoverschot
Onttrekking grondwater
Discriminatiegevoelens
NL doet het beter dan ...% van de EU-landen
83
10.4 Aantal slecht scorende brede welvaart indicatoren per gemeente
Er zijn grote verschillen tussen gemeenten wat betreft het aantal
slecht scorende brede welvaart indicatoren.
Bron: CBS
84
11. Zorg en welzijn
11.1 Internationale ranglijsten voor welzijn
Nederland scoort relatief goed op welzijn in internationale
vergelijkingen.
Bron: OECD en Unicef
1 IJsland 0,972
2 Noorwegen 0,970
3 Zwitserland 0,970
4 Denemarken 0,962
5 Duitsland 0,959
6 Zweden 0,959
7 Australië 0,958
8 Hong Kong 0,955
9 Nederland 0,955
10 België 0,951
1 Finland 7,736
2 Denemarken 7,521
3 IJsland 7,515
4 Zweden 7,345
5 Nederland 7,306
6 Costa Rica 7,274
7 Noorwegen 7,262
8 Israël 7,234
9 Luxemburg 7,122
10 Mexico 6,979
World Happiness Report 2025 Human Development Index Report 2025
85
11.2 Levensverwachting, totaal en in goede ervaren
en geestelijke gezondheid
De levensverwachting in goed ervaren gezondheid en geestelijke
gezondheid is significant lager dan de eigenlijke levensverwachting.
Bron: CBS
55
60
65
70
75
80
85
1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2020
Mannen Levensverwachting (LV)
Vrouwen Levensverwachting (LV)
Mannen (LV) in goede geestelijke gezondheid
Vrouwen (LV) in goede geestelijke gezondheid
Mannen (LV) in als goed ervaren gezondheid
Vrouwen (LV) in als goed ervaren gezondheid
86
11.3 Veranderingen in gezondheidsproblemen en leefstijl
Alcoholgebruik en roken zijn afgenomen sinds 2000, (ernstig)
overgewicht is echter toegenomen.
Bron: CBS
11.4 Prijsontwikkeling alcoholhoudende dranken en
inkomensontwikkeling
De prijsontwikkeling van alcoholhoudende dranken bleef
achter bij de inkomensontwikkeling.
Bron: CPB
-100% -50% 0% 50% 100%
Totaal roken
Zwaar roken
Totaal alcoholgebruik
Zwaar alcoholgebruik
Totaal overgewicht
Matig overgewicht
Ernstig overgewicht
%-punt verandering tussen 2000 - 2023
90
110
130
150
170
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Index 2015 =100
Laag inkomen Mediaan inkomen
CPI Alcoholhoudende dranken
87
11.5 Psychische klachten bij personen van 12 jaar en ouder
Vrouwen ervaren meer psychische klachten dan mannen.
In 2021 was er een kortstondige piek in psychische klachten.
Bron: CBS
11.6 Percentage van jeugd met jeugdzorg
Het gebruik van jeugdzorg stijgt al langere tijd. 1 op de 7 jongeren
onder de 18 komt in aanraking met jeugdzorg.
Bron: Nederlands Jeugdinstituut
0
5
10
15
20
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
% met psychische klachten
Mannen Vrouwen
0%
5%
10%
15%
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
% van de jeugd
Tot 23 jaar Tot 18 jaar
88
11.7 Openstaande vacatures in de zorg- en welzijnssector
De zorg heeft met toenemende mate moeite om personeel te vinden,
vooral de ggz kampt met veel onvervulde vacatures.
Bron: CBS
11.8 De zorguitgaven stijgen. Het meeste geld gaat naar geneeskundige
en langdurige zorg
De zorguitgaven stijgen fors. Het meeste geld gaat naar
geneeskundige en langdurige zorg.
Bron: CBS
0
20
40
60
80
100
2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Vacatures per 1000 banen
Geestelijke gezondheidszorg Alle economische activiteiten
0%
10%
20%
0
20
40
60
80
100
120
140
1998 2002 2006 2010 2014 2018 2022
mld. euro
Beleid en beheer Welzijn, jeugdzorg en kinderopvang
Geneeskundige en langdurige zorg % bbp (rechter-as)
89
11.9 Zorgkosten in verhouding tot eigen bijdragen
De zorgkosten bedragen 7.000 euro per persoon per jaar.
40% hiervan wordt gefinancierd via de Zorgverzekeringswet.
Bron: CBS
11.10 Internationale vergelijking in kosten van langdurige zorg
De Nederlandse uitgaven aan langdurige zorg zijn relatief hoog,
terwijl het aantal 80-plussers nog sterk zal stijgen.
Bron: VN
0
20
40
60
80
100
120
140
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
mld. euro
Overheid Wlz/Awbz
Zvw Vrijwillige ziektekostenverzekering
Eigen betalingen Overige financieringsvormen
Nederland
Zweden
Denemarken
Noorwegen
België
Finland
Frankrijk
Zwitserland
Verenigd
Koninkrijk
Duitsland
Oostenrijk
Canada
Spanje
Ierland
Italië
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
4.5
0.0 0.5 1.0 1.5 2.0 2.5 3.0 3.5 4.0 4.5 5.0
Toename aandeel 80+ in
2022-2040 (%-punt)
Uitgaven langdurige zorg in 2021 (% bbp)
Uitgave
Ministerie van Financiën
Het Blauwe Boekje 2025-2026